Dorsten
Het doorgangskamp Dorsten, ook bekend als Stalag VI-F, bevond zich in het zwaar geïndustrialiseerde Ruhrgebied nabij de stad Dorsten, vlakbij de sluizen van het Wesel-Dattelnkanaal. Het kamp werd opgericht in september 1940 door de Wehrmacht en diende aanvankelijk als krijgsgevangenenkamp voor militairen zonder specifieke opdracht. In de loop van de oorlog werden echter ook burgers, waaronder vrouwen en kinderen, in het kamp vastgehouden. De ligging van het kamp had directe gevolgen voor de leefomstandigheden. De lucht was verzadigd met zwavel en industriële dampen afkomstig van de omliggende fabrieken. Bij regen daalde deze vervuiling letterlijk neer op de gevangenen. De infrastructuur bestond uit betonnen gebouwen voor de kampbewaarders, enkele verwarmde barakken voor vrouwen en kinderen, en vervallen houten barakken voor mannelijke gevangenen. Deze laatste stamden nog uit de Eerste Wereldoorlog en werden slechts verwarmd met oude kolenkachels. De hygiënische voorzieningen waren erbarmelijk: mannen moesten gebruikmaken van een spleet in de betonnen vloer als toilet.
Dorsten fungeerde als Dulag, een doorvoerkamp, voor Nederlandse krijgsgevangenen, vooral in de meidagen van 1940. Eind 1944 tot begin 1945 passeerden hier opnieuw Nederlandse gevangenen op weg naar andere kampen zoals Stalag XI-B in Fallingbostel en Stalag IV-B in Mühlberg. Het kamp bleef in gebruik tot februari 1945, waarna het werd ontruimd in het licht van de naderende geallieerde troepen.
Hoewel het exacte aantal gevangenen dat in Dorsten heeft verbleven onbekend is, staat vast dat het kamp deel uitmaakte van het bredere netwerk van Duitse krijgsgevangenkampen. Dorsten is minder bekend dan de grote concentratiekampen, maar het illustreert hoe ook kleinere kampen functioneerden binnen het repressieve systeem van Nazi-Duitsland. De omstandigheden in Dorsten, vervuiling, overbevolking, gebrekkige voorzieningen, weerspiegelen de ontmenselijking die kenmerkend was voor het hele kampensysteem.
Voor wie zich verdiept in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog biedt kamp Dorsten een belangrijk perspectief op de minder zichtbare, maar niet minder ingrijpende aspecten van gevangenschap en deportatie onder het naziregime.
Titel: De dag dat de nazi's kwamen
Auteur: Stephen R. Matthews
Aantal pagina's: 277
ISBN: 978 94 0191 565 6
Druk: 2019
Uitgever: Omnibook
Op 30 juni 1940 wordt het Kanaaleiland Guernsey gebombardeerd en bezet door de nazi's. Als de vierjarige Stephen R. Matthews in september 1942 met zijn familie wordt gedeporteerd naar een concentratiekamp in nazi-Duitsland vertelt zijn moeder dat ze op vakantie gaan. Op 'vakantie' reist hij in een veewagon naar de concentratiekampen Dorsten en Biberach, ziet hij mensen voor zijn ogen sterven en breekt een Duitse bewaker zijn vingers als hij probeert een medegevangene eten te geven. Drieënhalf jaar later keert de familie weer terug naar Guernsey, een eiland dat is vernield en nauwelijks herkenbaar is voor de zevenjarige Stephen.
Heeft u vragen of opmerkingen of juist boeken of andere documentatie over concentratiekampen of andere kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog waar u geen raad mee weet of wil verkopen dan hoor ik graag van u. Ik zorg dat ze bewaard blijven. U kunt mij bereiken via onderstaande contact knop.