Tijdens de Tweede Wereldoorlog vormden brieven en poststukken uit concentratiekampen, krijgsgevangenenkampen en werkkampen een zeldzame en vaak aangrijpende vorm van communicatie tussen gevangenen en de buitenwereld. Ondanks de onmenselijke omstandigheden en de strikte controle door de nazi-autoriteiten bleef het versturen van post in sommige kampen toegestaan, zij het onder zware beperkingen en met een duidelijk propagandistisch doel. Het naziregime stond postverkeer toe in kampen zoals Auschwitz, Dachau, Sachsenhausen en Theresienstadt, deels om de illusie van normaliteit te wekken.
Door gevangenen toe te staan brieven te versturen, kon men de indruk geven dat de kampen humane detentiecentra waren. Tegelijkertijd diende het postverkeer als instrument van controle en onderdrukking. Alle brieven werden streng gecensureerd; klachten, politieke uitingen of beschrijvingen van de werkelijke omstandigheden waren verboden. Correspondentie moest vaak in het Duits worden geschreven, ongeacht de moedertaal van de gevangene, en was beperkt tot één of twee brieven per maand, meestal op voorgedrukte formulieren of kaarten. De inhoud moest positief van toon zijn; standaardzinnen als 'Het gaat mij goed' waren verplicht, en dienden om de waarheid te verhullen.
Toch zijn deze brieven van onschatbare historische waarde. Ze bieden een uniek venster op het leven in de kampen en onthullen persoonlijke verhalen die anders verloren zouden zijn gegaan. Namen, kampnummers, blokken en adressen maken het mogelijk om individuele levens te reconstrueren. De ontvangers, vaak familieleden, getuigen van de pogingen om banden te behouden ondanks de totale isolatie. Sommige gevangenen probeerden via subtiele hints of codetaal hun werkelijke situatie kenbaar te maken, een stille vorm van verzet tegen het opgelegde narratief.
Voor veel gevangenen betekende het ontvangen van een brief of pakket een moment van hoop. In sommige kampen waren pakketten met voedsel, kleding of medicijnen toegestaan, zij het sporadisch en onder strikte voorwaarden. In krijgsgevangenenkampen, zoals Stalag en Oflag, speelde post een grotere rol in het dagelijks leven, mede dankzij de betrokkenheid van het Rode Kruis, dat het contact tussen gevangenen en hun families probeerde te vergemakkelijken.
Vandaag de dag zijn originele brieven, enveloppen en kaarten uit de kampen zeldzame en kostbare bronnen. Ze worden bewaard in musea, archieven en privécollecties. Elk poststuk is een tastbare herinnering aan de menselijke behoefte tot contact, zelfs in omstandigheden van totale ontmenselijking. Ze zijn geen gewone documenten, maar stille getuigen van een systeem dat probeerde alles te vernietigen, behalve de menselijke stem. Voor wie zich verdiept in de geschiedenis van de Holocaust en de oorlogskampen, vormen deze poststukken een aangrijpend beginpunt om de individuele verhalen achter de massale tragedie te begrijpen.
Heeft u vragen of opmerkingen of juist boeken of andere documentatie over concentratiekampen of andere kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog waar u geen raad mee weet of wil verkopen dan hoor ik graag van u. Ik zorg dat ze bewaard blijven. U kunt mij bereiken via onderstaande contact knop.